Kinderoefentherapie

IMG_82951

De meeste kinderen bewegen van nature veel en graag. Ze hollen, klimmen, voetballen, fietsen, kleuren en knutselen. Bewegen is behalve leuk en gezond ook heel nuttig. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun spieren, zintuigen en motoriek. Ongemerkt leren ze zo vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig gaan hebben.

Er zijn echter kinderen die het uitvoeren van bepaalde motorische vaardigheden lastig vinden. Hierdoor durven ze minder snel mee te doen met leeftijdsgenootjes, en kan het gebeuren dat ze deze motorische vaardigheden niet verder ontwikkelen en/of minder leuk gaan vinden. Om ervoor te zorgen dat deze kinderen weer met plezier hun vaardigheden ontwikkelen, kan kinderoefentherapie uitkomst bieden.


Wat is kinderoefentherapie?

Kinderoefentherapie is een aanvullende specialisatie van Oefentherapie Cesar en Mensendieck. Een kinderoefentherapeut behandelt kinderen in de leeftijd van 4 t/m 12 jaar die door een stoornis, afwijking of achterstand in hun motoriek problemen hebben in het dagelijks leven. Bij een behandeltraject wordt rekening gehouden met leeftijd, ontwikkelingsfase, omgevingsfactoren en evt gedragstoornissen (ADHD/ASS) die de motorische ontwikkeling kunnen beïnvloeden.


Wanneer kinderoefentherapie?

Als ouder kan het lastig zijn om op basis van eigen observatie of signalen van anderen (leerkracht) te bepalen of uw kind een achterstand heeft in de motorische ontwikkeling. Hoewel ieder kind zich op een eigen manier, in eigen tempo ontwikkelt, is een eventuele zorgvraag soms terecht. Kinderoefentherapie kan uitkomst bieden bij onderstaande signalen:

  • Late ontwikkeling in dagelijkse motorische vaardigheden (fietsen, zwemmen, veters strikken, omkleden, eten met bestek).
  • Problemen met grofmotorische vaardigheden zoals lopen, rennen, springen en klimmen.
  • Problemen met fijnmotorische vaardigheden zoals schrijven, kleuren, knippen, knutselen.
  • Onhandig, houterig bewegen, veel vallen.
  • Geen plezier/angst om te bewegen.
  • Te veel bewegen (hyperactiviteit) / te weinig bewegen.
  • DCD (developmental coöordination disorder), dyspraxie, hypermobiliteit.
  • Problemen in de sensorische integratie.

Wanneer u andere signalen herkent die hier niet genoemd zijn, kunt u contact opnemen met de praktijk. Er kan dan gekeken worden of kinderoefentherapie uitkomst kan bieden.


Waarom kinderoefentherapie?

Tussen de 5 en 10% van de kinderen op het regulier basisonderwijs heeft een motorische ontwikkelingsachterstand; op het speciaal basisonderwijs liggen deze percentages hoger. Een motorische ontwikkelingsachterstand gaat in de meeste gevallen niet vanzelf voorbij zonder deskundige hulp. Door al op jonge leeftijd bepaalde kenmerken in de motoriek te signaleren en hier direct mee aan de slag te gaan, kan een grotere achterstand worden voorkomen.

Plezier in bewegen

De motorische ontwikkelingsachterstand kan ervoor zorgen dat kinderen minder plezier ervaren in bewegen, en zo minder gemotiveerd zijn om nieuwe motorische vaardigheden te leren. Met als gevolg dat de motorische achterstand steeds groter wordt.

Sociaal-emotionele impact

De kinderen voelen zich vaak motorisch minder competent ten opzichte van andere kinderen en gaan zo sociale beweegactiviteiten vermijden. Met als gevolg dat ze zich ook sociaal-emotioneel minder sterk ontwikkelen.

Lichamelijk minder actief

Daarnaast zijn deze kinderen over het algemeen lichamelijk minder actief, waardoor ze vaak niet aan de NNGB (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) voldoen. Een inactieve leefstijl kan op de langere termijn leiden tot overgewicht. Maar ook andersom kan overgewicht ervoor zorgen dat kinderen worden beperkt in hun motorische ontwikkeling.